Bijeenkomst: Wetenschappers in de publieke arena

Wat doe je als een onderzoeker opeens het middelpunt is van online kritiek, of zelfs
intimidatie en bedreigingen? Die vraag stond centraal in een interactieve kennissessie
over wetenschappers in de publieke arena, georganiseerd door het Nationaal
Expertisecentrum Wetenschap & Samenleving (NEWS) en het Platform
Wetenschapscommunicatie (PWC). Tijdens de bijeenkomst in Utrecht deelden we
ervaringen uit de praktijk met communicatieprofessionals, integrale veiligheidsexperts
en wetenschappers.

Om ervoor te zorgen dat iedereen vrijuit kon spreken, is tijdens de bijeenkomst en ook in
dit verslag de Chatham House Rule gehanteerd: inzichten delen we wel maar in
principe niet herleidbaar tot specifieke organisaties en personen. Enkele van de
belangrijkste conclusies van de ochtend delen we graag met je.

De ochtend bestond uit een vol programma:  

  • Inzichten uit de nog te verschijnen nieuwe monitor ‘Veiligheid van wetenschappers’ van Universiteiten van Nederland (UNL); 
  • Sicco de Knecht (directeur NEWS) ging in op de theorie achter de rol van de wetenschapper in het publieke debat; 
  • Daarna waren er twee intervisiebijeenkomsten in kleinere groepen aan de hand van concrete casuistiek ingebracht door instellingen;  
  • Tot slot gingen we plenair in gesprek met een onderzoeker die in het verleden onlinehaatreacties en bedreigingen heeft gekregen na optredens in de media.  

Preventie: begin vóór een incident 

Aandacht voor veiligheid moet niet starten als een onderzoeker al onder vuur ligt. Juist preventie maakt het verschil. Daarbij gaat het niet alleen om formele protocollen, maar ook om gesprekken vooraf tussen communicatieprofessionals en veiligheidsexperts: welke risico’s zijn er, wie kan ondersteuning bieden en wat gebeurt er als een situatie escaleert?  

Hoe korter de lijntjes vooraf, hoe minder gehannes als er bij incidenten ondersteuning of hulp nodig is. Meer bekendheid voor bestaande interne (wat kan de instelling via de integrale veiligheidscoördinator aan hulp bieden) en externe voorzieningen (zoals het doorverwijspunt WetenschapVeilig.nl) onder wetenschappers en communicatiestaf kan veel onzekerheid wegnemen. Met name onderzoekers ontdekken nu vaak pas welke ondersteuning beschikbaar is wanneer zij die nodig hebben, en als er al een en ander is gebeurd. Hoe eerder de beschikbare hulp ingeschakeld kan worden, hoe beter. Het spreekt voor zich dat bekendheid met het hulpaanbod daarvoor essentieel is.  

Echt luisteren en persoonlijke aandacht 

Tijdens de intervisies kwam naar voren dat geen enkele situatie hetzelfde is. Waar de ene onderzoeker weinig last ondervindt van haatreacties, kan een ander dezelfde opmerkingen als zeer belastend ervaren. Daarom werd het belang benadrukt van maatwerk en persoonlijke aandacht.  

Niet direct oplossingen aandragen, maar eerst luisteren naar wat een onderzoeker nodig heeft, bleek een vaak terugkerend advies. Soms geeft het een onderzoeker al geruststelling om echt gehoord te worden, en om te weten dat er een contactpunt is, mocht het nodig zijn. Zolang je als wetenschapper maar weet dat er op kritieke momenten iemand voor je klaarstaat, heb je niet het gevoel dat je er alleen voor staat.  

De impact zit vaak niet in één bericht 

Ook werd duidelijk dat het moeilijk is de impact van negatieve aandacht van buitenaf kwantitatief te beoordelen. Het gaat zelden om één boze e-mail of een nare reactie. Vaker ontstaat belasting door een opeenstapeling van bijvoorbeeld mails, reacties op sociale media en publieke aandacht die langere tijd aanhoudt: een druppel die de emmer doet overlopen, bij wijze van spreken.  

Een onderzoeker die hierover vertelde, benadrukte hoe belangrijk het was dat collega’s en communicatieadviseurs regelmatig (pro)actief contact zoeken als er nare reacties opduiken op bijvoorbeeld sociale media, en niet wachten tot er vanuit de onderzoeker zelf om hulp werd gevraagd. Proactief steun bieden, en inchecken, zorgt ervoor dat mensen zich gezien en gehoord voelen. Ook is het belangrijk om verwachtingen te managen: wat kun je als communicatie- of veiligheidsteam bieden en wat niet? En wat is nodig of raadzaam om te doen, op basis van eerdere ervaringen met vergelijkbare casuïstiek?  

Kleinere organisaties 

Niet iedere organisatie beschikt over gespecialiseerde teams voor sociale media, veiligheid, juridische zaken en persvoorlichting. Vooral bij kleinere instellingen is lang niet altijd alle expertise aanwezig om onderzoekers voldoende bij te staan.  

Verschillende deelnemers gaven aan graag te leren van andere instellingen, maar mogelijk ook behoefte te hebben aan landelijke, instituutsonafhankelijke ondersteuning op onderwerpen als veiligheid en monitoring. Juist omdat kleinere organisaties minder vaak met dit soort situaties te maken krijgen, werd het delen van ervaringen en praktische lessen gezien als een waardevolle vorm van ondersteuning.  

Externe versus interne kritiek 

Tijdens het vraaggesprek met een onderzoeker kwam een belangrijk en opvallend inzicht naar voren: niet de reacties van onbekenden, maar juist de reacties van vakgenoten en collega’s hadden soms de meeste impact. Een collega die in twijfel trekt waarom een onderzoeker tijd maakt voor (sociale) media, in plaats van de focus te houden op onderwijs en onderzoek, bijvoorbeeld.  

Ook in de casusbesprekingen werd genoemd dat organisaties soms het gesprek aangaan als collega-wetenschappers elkaar te persoonlijk aanvallen, bijvoorbeeld op LinkedIn. Niet alleen buiten de wetenschappelijke bubbel, maar ook in de bubbel zelf, valt er nog veel te winnen door op een respectvolle manier met elkaar om te gaan als discussies leiden tot verhitte debatten.  

Hoe werken instellingen aan ondersteuning en veiligheid? 

In de presentatie vanuit UNL over WetenschapVeilig en de nog te verschijnen monitor ‘Veiligheid van wetenschappers’ werden verschillende spanningsvelden benoemd die vaak terugkwamen in de diverse interviews met professionals, experts en ervaringsdeskundigen in het land. Is onveiligheid van wetenschappers een specifiek probleem voor de wetenschap, of vooral een uiting van de bredere verharding van het publieke debat? In hoeverre is een individuele verantwoordelijk van wetenschappers over hoe die zich uitlaten in het publiek debat? En moet je incidenten vooral registreren en kwantificeren, of schiet dat zijn doel voorbij omdat veel ervaringen lastig te definiëren en te vergelijken zijn? Moet je werken met vertrouwde ingangen (bijv. de direct leidinggevende) binnen instellingen, of juist werken aan centrale regie?  Is een afzonderlijke benadering nodig, of juist een integrale?  

Voor instellingen is het zoeken naar een juiste balans bij deze spanningsvelden. Duidelijke antwoorden zijn er niet, wat benadrukt waarom juist bij dit onderwerp flexibiliteit belangrijk blijft. 

Samen doen 

Hoewel er tijdens de bijeenkomst veel praktische lessen werden gedeeld, kwamen er minstens zoveel nieuwe vragen naar boven. Hoe meet je onveiligheid? Waar ligt de grens tussen kritiek en ongewenst gedrag?  

Een rode draad die in ieder geval duidelijk werd: veiligheid is mensenwerk. Door van elkaar te blijven leren en naar elkaar te luisteren, en door wetenschappers die te maken krijgen met haat of intimidatie actief te steunen en hen te zien en te horen, creëren we samen meer ruimte voor wetenschappers die zich uitspreken in de publieke arena. 

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *