22 januari 2026 – Trippenhuis, Amsterdam
Eind januari kwamen we bij de KNAW samen voor onze jaarlijkse algemene ledenvergadering. Dit keer in combinatie met een informatief programma over de financiering van wetenschapscommunicatie. Nu wetenschap steeds meer financieel onder druk staat lijkt zichtbaarheid en publieke betrokkenheid belangrijker dan ooit. Welke kansen en uitdagingen liggen er op het vlak van wetenschapscommunicatie? Wat kan de rol van de professional zijn in of rondom het ‘grant proces’? Is het belangrijk om hierin verbinding te zoeken en hoe organiseer je dat? Welke out of the box ideeën zijn er om zaken voor elkaar te krijgen?
ALV: Jaarverslag en begroting
De ALV startte met het doornemen van het jaarverslag en de begroting. Bij het doornemen van de begroting werd aangegeven dat er een flink verschil zit tussen het aantal verwachte betalende leden en het daadwerkelijke aantal betalende leden. Sinds begin 2025 wordt er weer contributieve geheven, en in de begroting werd er van uitgegaan dat 75% van het ledenbestand het bedrag van 25 euro per jaar zou betalen. Uiteindelijk bleek een groter deel van het ledenbestand dan verwacht inactief te zijn: slechts 25% betaalde. Tegelijkertijd zijn kosten bespaard door bijeenkomsten bij de KNAW te organiseren, wat de zaalhuur en facilitaire lasten drukte. Daardoor is het saldo toch nauwelijks afgenomen. Het voorstel is om de contributie voor 2026 op €25 te handhaven, mede omdat we verwachten dat dat ook in 2026 voldoende is om de kosten te dekken.
Ten aanzien van groei en vertegenwoordiging werd uitgesproken dat PWC in 2026 actiever nieuwe leden wil werven, onder meer bij universiteiten en andere publieke kennisorganisaties waar nu relatief weinig of geen leden zijn. Vanuit de UvA klonk het voorstel om bij potentiële leden te inventariseren wat zij precies zoeken en welke meerwaarde hen zou overtuigen om lid te worden; ook werd gerichte werving voorgesteld tijdens de Nationale Wetenschapscommunicatiedag en andere relevante bijeenkomsten.
Tijdens de ALV werd de bestuurswissel formeel bekrachtigd. Marga Winnubst en Irene van Houten traden af; de voorzitter sprak waardering uit voor hun jarenlange inzet en bijdrage aan PWC. De rollen van penningmeester en secretaris worden overgenomen door respectievelijk Femke Niehof (KNAW) en Nicole van Overveld (TU/e), die beide hun motivatie en achtergrond kort toelichtten. De aanwezige leden gingen unaniem akkoord met de wissel en bedankten de vertrekkende bestuursleden. Thomas Haenen neemt tijdens het verlof van Wies Bakker tijdelijk haar positie als secretaris over.
ALV: Rondje langs de velden
Hugo van Bergen (Parlement en Wetenschap) gaf aan graag een keer te willen presenteren met een update. Hogescholen sluiten ook aan, en het lijkt erop dat hij versterking krijgt komend jaar. Voorgesteld wordt om bij die bijeenkomst ook collega’s actief op het gebied van public affairs uit te nodigen. Hugo verzocht leden zich te melden wanneer zij maatschappelijk relevant onderzoek hebben dat mogelijk aansluit bij vragen in de Tweede Kamer.
Vanuit UvA werd de vraag opgeworpen wat het beste format is voor de nieuwsbrief en hoe we onze doelgroepen optimaal bereiken. Hoe bereik je effectief de media, en welke inhoud moet daarop aansluiten? Voorgesteld wordt om te kijken of we later in 2026 een sessie over nieuwsbrieven kunnen plannen om hier verder over te praten en best practices uit te wisselen.
Er werd gevraagd naar de status van het onderzoek van de promovendus die data over persberichten wil verzamelen. We gaan deze opnieuw benaderen en kijken of er al resultaten zijn die interessant zijn voor een sessie.
De ALV werd om 14:55 uur afgesloten.
Lezing Joep van Wijk (NWO/NWA): Publieke financiering en de rol van wetenschapscommunicatie
Joep van Wijk, program officer bij NWO en betrokken bij de Nationale Wetenschapsagenda (NWA), schetste de ontstaansgeschiedenis en de werkwijze van de NWA. De NWA beoogt ‘iedereen inzicht te geven in wetenschap’ en begon als brede oproep aan Nederland in onder andere De Wereld Draait Door: wat wil het land weten? Daarop kwamen 11.700 vragen binnen uit de samenleving, die zijn geclusterd tot 140 clustervragen en 25 thematische doorlijnen. Het transdisciplinaire karakter staat centraal: in dialoog tussen probleemeigenaren en oplossingsrichtingen ontstaan concretere vervolgstappen. Wetenschapscommunicatie is binnen dit kader niet een losstaande activiteit, maar een integraal onderdeel van het impactdenken en het teruggeven van resultaten aan de samenleving.
Joep beschreef meerdere lijnen binnen het programma. In de thematische lijn, vaak gericht op ministeries en overheden, is cocreatie leidend. Als voorbeeld noemde hij een Living Lab in de bollenstreek, waar samen met boeren in het veld wordt onderzocht wat gewasbeschermingsmiddelen doen met biodiversiteit. De dynamiek in zo’n praktijkproject is weerbarstig en soms kantelt het onderzoek gaandeweg door nieuwe vragen van betrokkenen. In dit geval leefde bij jonge boeren een zorg dat hun ouders vroegtijdig dement werden—daarop werd de vraag opgeworpen of er een verband is met het gebruik van gif. Het Living Lab liep inmiddels meerdere jaren en kende toenemende participatie vanuit de boeren, doordat het vertrouwen en de ervaringen van beide kanten groeiden.
Wetcom en outreach fungeren als ‘paraplu’ over de NWA. Met kleinschalige projecten (ongeveer €50.000–€100.000 per project, totaal ca. €1 miljoen per jaar) worden andere vormen van wetcom verkend, nadruk leggend op gelijkwaardigheid tussen doelgroep en onderzoeker en het vermijden van enkel zenden. Joep benoemde dat er later dit jaar in een breed overleg volgt over lessen en ervaringen uit deze instrumenten—specifiek waar men in de uitvoering tegenaan loopt, voorbij het projectplan.
In 2026 wordt het gesprek gevoerd over een volgende stap in de programmering van wetcom; in augustus is er een bijeenkomst in Den Haag om de behoefte op te halen en het instrument door te ontwikkelen. Omdat er dit jaar geevalueerd wordt, is er geen geld beschikbaar voor nieuwe projecten. Dat onderstreept wel de noodzaak om wetenschapscommunicatie sterker in werkprogramma’s en impactplannen te verankeren.
Als voorbeelden van publiekscampagnes noemde Joep Expeditie Next (eind april in Harderwijk) en Lowlands Science, waar lezingen worden gecombineerd met daadwerkelijk dataverzameling. Jaarlijks worden er voor Lowlands Science thema’s vastgesteld en is er een open call (onder meer via BKB) waarbij NWO investeert in stands. Maar er wordt ook gekeken naar andere initatieven om bij aan te sluiten: denk de afgelopen jaren bijvoorbeeld aan de Zwarte Cross, Nacht van de Wetenschap, Heel Heerlen Graaft, en Leiden European City of Science. Wetenschapscommunicatie, zo concludeerde Joep, hoort geen ‘vinkje’ te zijn, maar een substantieel en doorlopend onderdeel van onderzoek en impact.
Vragen en discussie n.a.v. NWA-presentatie
In de discussie werd gevraagd of er geen basissubsidie kan komen voor infrastructuur (bijvoorbeeld voor wetenschapsknooppunten), en of er iets mogelijk is specifiek voor wetenschapsjournalisten. Hoe zorg je voor verankering, zodat het niet uitsluitend projectmatig blijft? Joep zag hier een rol voor NEWS; anderen gaven aan dat NEWS op dit moment nog een beperkte capaciteit heeft om die rol te kunnen vervullen.
Ook kwam de vraag op hoe we publiek werkelijk bereiken; deze wordt meegenomen door Nina Kornaat. Verder werd benadrukt dat ‘wetenschapswijsheid’—kritisch leren kijken naar uitspraken in media en zelf actief op zoek gaan naar betrouwbare kennis—een belangrijk doel blijft binnen publieksinitiatieven.
Lezing Adriana Esmeijer: Doneren aan wetenschap
Adriana Esmeijer (directeur algemene zaken bij KNAW, als bestuurder betrokken bij veel cultuurfondsen) ging in op geefcultuur en fondsenwerving voor wetenschap. In Nederland is doneren aan wetenschap minder gebruikelijk dan doneren aan cultuur. Voor cultuur bestaan duidelijke loketten (zoals musea, cultuurfondsen, Stichting Rembrandt), terwijl ‘wetenschap’ voor veel schenkers een diffuus domein is: notarissen verwijzen vaak simpelweg naar ‘geef aan de universiteit’. De vraag is: aan welke nood geef je, waar maak je als schenker verschil? Publieke instellingen en universiteiten moeten daar helderder over communiceren, in taal en voorbeeld, en laten zien wie en wat er wordt gesteund.
Ze schetste het perspectief van schenkers: velen willen bijdragen aan jong talent, maatschappelijke relevantie of specifieke thema’s—maar het is lastig navigeren op een grote campus. Fondsen kampen met vergelijkbare vragen: hoe vind je je weg in het universiteitslandschap, langs faculteiten, onderzoeksgroepen en thema’s? Adriana pleitte voor het aanjagen vanuit een koepel zoals KNAW, in samenwerking met universiteitsfondsen, zodat ‘geven aan weten’ zichtbaarder en eenvoudiger wordt. Ze benadrukte dat geestes- en sociale wetenschappen vaak een blinde vlek vormen bij donaties, terwijl hun maatschappelijk belang evident is; dit vraagt om andere framing en proposities.
Qua organisatievormen noemde ze dat een ANBI die aan een andere ANBI schenkt doorgaans het meest effectief is. Samenwerken met bestaande, relevante ANBI’s vergroot kans op toegang tot het jaarlijkse schenkingsvolume (geschat op enkele miljarden). Ze adviseerde om het fondsenlandschap goed te verkennen en waar mogelijk match te zoeken met de herkomst en waarden van schenkers (bijvoorbeeld in het kader van religieuze congregaties of regionale fondsen). Een hulpmiddel is het platform ‘Find N Fund’, dat inzicht geeft in fondsen met affiniteit voor wetenschap.
Vanuit de deelnemers was er een vraag hoe kleine ANBI’s rondom wetenschapscommunicatie meer gehoor krijgen bij grote organisaties. Adriana stelde dat wetcom vaak wordt gezien als ‘middel’ en niet als ‘doel’, waardoor herframing nodig is: verbind wetcom expliciet aan de doelen van fondsen (educatie, maatschappelijke impact, regionale ontwikkeling, inclusie).
Een andere deelnemer benadrukte het belang van elkaar dingen gunnen: wijs een schenker soms door naar een andere universiteit als de inhoudelijke aansluiting daar beter is.
Slot: korte toelichting nieuw rapport Rathenau
Jos de Jonge van het Rathenau Instituut, samen met Alexandra Vennekes en het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving, werkt aan een rapport om de stand van zaken van wetenschapscommunicatie in kaart te brengen—over universiteiten, hbo’s, instituten en publieke kennisorganisaties heen. Het rapport, voorzien voor mei/juni, moet aanknopingspunten bieden aan zowel NEWS als de sector. Daarbij spreken ze met verschillende mensen bij de genoemde partijen, en is ook input van PWC-leden zeker welkom.
Geef een reactie